Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
nietin de kantoorruimte geweest.
inhet kantoortje was, ook niet een erg bijzondere gebeurtenis voor [persoon 5] geweest zal zijn.
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
enkeleverkrachting en verdachte is veroordeeld voor
meervoudigeverkrachting, gedurende een langere periode.
6.De benadeelde partij
€ 2.500,00. De rechtbank overweegt daarbij dat de benadeelde partij meermalen is verkracht. Dit is onmiskenbaar heftig en veroorzaakt naar algemeen bekend is psychische schade bij het slachtoffer. Nu echter ook daarvoor reeds sprake was van psychische problematiek, matigt de rechtbank de vordering.
€ 2.528,=aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 april 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake de overige gevorderde immateriële schade in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt, begroot op NIHIL, alsmede in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 2.528,= te betalen en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 april 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.