Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan; de officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
- de verklaring van verdachte, luidend dat hij een wapen bij zich droeg om zich tegen zijn broer [slachtoffer 1] te beschermen; zich bewapenen ter bescherming tegen een concrete persoon en het wapen om die reden bij zich dragen terwijl het is scherpgesteld, getuigt van voorbedachten rade; de verklaring van de verdachte dat hij per ongeluk heeft geschoten, en dat zelfs viermaal achtereen, acht de officier van justitie niet geloofwaardig;
- het feit dat de verdachte op de Elisabeth van Barstraat snelheid minderde om de fietser naast zich te laten komen, waarna tot viermaal toe vanuit de auto op korte afstand op de fietser is geschoten, zoals uit de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] blijkt, getuigt volgens de officier van justitie eveneens van voorbedachten rade;
- het aantreffen van vier hulzen op de plaats delict;
- de uitgelezen pingberichten, die zijn uitgewisseld tussen de verdachte en [betrokkene].
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart dat het bewezenverklaarde een strafbaar feit oplevert, zoals dat hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren;