ECLI:NL:RBLIM:2013:8607
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing en afwijzing incidentele vordering tot opheffing conservatoir beslag in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen vennootschap onder firma Cataract Onderneming V.O.F. en een particuliere tegenpartij staat een incident tot opheffing van conservatoir beslag centraal. Cataract had beslag gelegd op verkoopopbrengst van een woning van de tegenpartij ter zekerheid van haar vorderingen uit hoofde van werkzaamheden en schade veroorzaakt door het afsluiten van bungalows.
De tegenpartij stelde dat het beslag nietig was wegens het niet tijdig instellen van een eis in de hoofdzaak binnen veertien dagen na het beslag en omdat het beslagbedrag niet was bepaald. De rechtbank oordeelde dat het instellen van een nieuwe hoofdzaak als eis in de hoofdzaak is toegestaan en dat het ontbreken van een specifiek beslagbedrag niet leidt tot nietigheid, aangezien het beslagbedrag impliciet werd vastgesteld.
Verder werd de ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht door de tegenpartij aangevochten, onder meer over eigendom en noodzaak van schadeposten. De rechtbank vond echter dat deze betwistingen niet summierlijk konden worden aangenomen en dat het beslag daarom niet opgeheven werd.
De rechtbank beperkte wel het beslagbedrag tot een lager bedrag van €62.152,87, zij veroordeelde de tegenpartij in de proceskosten van het incident en bepaalde dat de hoofdzaak verder zal worden behandeld op een latere datum.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van het conservatoir beslag af en beperkt het beslagbedrag tot €62.152,87.