Verweerder heeft een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor de aanpassing en uitbreiding van een milieu-inrichting, een varkenshouderij te Grashoek. Eisers hebben beroep ingesteld tegen dit besluit. De rechtbank heeft het beroep van enkele omwonenden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij onvoldoende belanghebbende zijn, mede vanwege de afstand tot de inrichting en de afname van emissies.
De rechtbank oordeelt dat het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) niet van toepassing zijn op de opslag van propaan in de inrichting, zodat geen kwantitatieve risicoanalyse verplicht is. Ook is geen aanleiding voor nadere voorschriften bij ongebruikelijke voorvallen. Het houden van gespeende biggen bij een vleesvarkensbedrijf is volgens de rechtbank toegestaan en de emissiefactoren zijn correct toegepast.
De toetsing van de luchtkwaliteit fijnstof met het model ISL3a is geoorloofd en het akoestisch onderzoek toont aan dat de geluidgrenswaarden, ook in de nachtperiode, niet worden overschreden. De eerdere beslissing dat een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is, blijft geldig gezien de afname van milieubelasting. De Wet geurhinder en veehouderij is niet in strijd met het EVRM. Ten slotte wordt geurhinder door het mestbassin niet via de vergunning maar via het Activiteitenbesluit geregeld, waarbij maatwerkvoorschriften mogelijk zijn. Het beroep wordt verder ongegrond verklaard.