Op 13 april 2012 stak verdachte zijn ex-partner met een stanleymes meerdere keren in het gezicht, de armen en handen. Hoewel het letsel ernstig was, was het niet levensbedreigend. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte handelde met voorwaardelijk opzet op de dood, maar niet met voorbedachten rade.
Deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan vasculaire dementie met psychotische kenmerken, waaronder paranoïde wanen, waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van het feit. Hierdoor kon het ten laste gelegde hem niet worden toegerekend.
De rechtbank sprak verdachte vrij van straf en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. Wel werd een maatregel opgelegd tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar, gelet op het gevaar voor de veiligheid en het recidiverisico.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een contactverbod met het slachtoffer, aangezien er sinds het incident geen contact was geweest. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg te Roermond op 13 november 2013.