Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
In deze woning worden vermogensbestanddelen aangetroffen waaruit een verdenking van witwassen ontstaat. [3]
5 november 2010 op naam van de verdachte is komen te staan.
€ 19.250,-, is contant voldaan. [12] [13] [14]
€ 12.718,- aan AOW ontving, aangevuld met een pensioen van circa € 681,-. Bruto dus jaarlijks € 13.399,-.
Zij betaalt na aftrek van huurtoeslag ongeveer € 300,- aan huur per maand.
De verdachte heeft verklaard dat zij de keuken enkele jaren geleden van haar schoonvader, [naam schoonvader], heeft gekregen vóór diens overlijden, en dat ze de keuken samen met haar man buiten Venlo heeft uitgezocht; ze weet niet meer waar en weet ook niet wat de keuken heeft gekost.
Ten aanzien van de Audi met kenteken [XX-XX-XX 1], die van 5 november 2010 tot
29 september 2011 op haar naam heeft gestaan, verklaart de verdachte dat ze niet weet wat er voor die auto is betaald. Haar man heeft de aankoop geregeld. Zij heeft verklaard dat ze ook niet weet waar het geld voor de auto vandaan is gekomen. Ze weet alleen dat er een andere Audi A6 op is ingeruild, maar ze weet niet wat ze voor die auto hebben teruggekregen. Ze heeft verklaard wel in de auto te hebben gereden. De eerstgenoemde Audi type A6 heeft ze op 28 of 29 september
(de rechtbank begrijpt; in 2011)overgeschreven op naam van haar schoonzus, omdat de auto toen aan haar schoonzus is verkocht. [21] Ter zitting heeft de verdachte nog verklaard dat ze achteraf van haar man gehoord heeft dat hij de auto betaald heeft met geld dat hij met zwart werk heeft verdiend.
[naam echtgenoot] is door dat gerechtshof vrijgesproken van het ten laste gelegde feit dat betrekking heeft op een overtreding van de Opiumwet. Dat laat naar het oordeel van de rechtbank echter onverlet, dat hij kennelijk contacten onderhoudt en op plaatsen komt die gerelateerd kunnen worden aan de productie van harddrugs. Ook is de echtgenoot van de verdachte in 1992 al eens veroordeeld voor een drugsdelict, zo heeft de raadsman van de verdachte aangegeven.
Met betrekking tot de auto heeft de verdachte verklaard dat het geld voor de aanschaf daarvan afkomstig is uit zwart werk door haar echtgenoot. Deze enkele, niet nader onderbouwde en niet verifieerbare stelling overtuigt de rechtbank niet. Ook dit verweer van de verdediging verwerpt de rechtbank.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De oplegging van straf
7.Het beslag
[naam schoonzus] heeft geoordeeld dat de verkoop van de auto aan hen op 29 september 2011 niet heeft plaatsgevonden. Daarom valt de auto nog steeds in het vermogen van de verdachte (en haar partner).
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
Straffen
- veroordeelt de verdachte tot
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van
- verstaat dat als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;