Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- een verzoekschrift met bijlagen;
- een verweerschrift met bijlagen;
- drie door Woonpunt ingezonden bijlagen.
Rechtbank Limburg
De arbeidsovereenkomst van [verweerder], vestigingsdirecteur bij Woonpunt, werd ontbonden wegens boventalligheid na een reorganisatie waarbij zijn functie kwam te vervallen. [Verweerder] solliciteerde naar andere functies binnen Woonpunt, maar werd niet herplaatst. De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding toewijsbaar was omdat herplaatsing niet mogelijk was.
De kern van het geschil betrof de vraag of [verweerder] als topfunctionaris in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Wnt) kon worden aangemerkt, wat invloed had op de hoogte van de vergoeding. De kantonrechter stelde vast dat [verweerder] deel uitmaakte van het directie-overleg dat beslissingen nam over de gehele organisatie en daarmee belast was met de dagelijkse leiding, waardoor hij als topfunctionaris kwalificeerde.
Hoewel de kantonrechter niet strikt gebonden was aan het maximumbedrag van €75.000 uit de Wnt, vond hij dat dit bedrag in principe leidend was, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordeden. Vanwege het feit dat voor een andere vestigingsdirecteur binnen Woonpunt een functie was gecreëerd, wat niet voor [verweerder] was gebeurd, werd de vergoeding verhoogd naar €125.000. De cao-suppleties werden buiten beschouwing gelaten. Woonpunt kreeg de mogelijkheid het verzoek in te trekken, anders zou de arbeidsovereenkomst per 15 december 2013 worden ontbonden.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 15 december 2013 met vergoeding van €125.000 bruto aan werknemer.