ECLI:NL:RBLIM:2013:9754
Rechtbank Limburg
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning gebruiksvergoeding voor echtelijke woning na echtscheiding met matiging en termijnbepaling
Partijen zijn gehuwd sinds 1994 en hebben twee kinderen, waarvan één minderjarig. Zij hebben gezamenlijk verzocht tot echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank wijst de echtscheiding toe en bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de man zal zijn.
De man krijgt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning toegekend voor een periode van zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, tegen een gebruiksvergoeding van €510 per maand. Deze vergoeding wordt pas opeisbaar na verkoop of verdeling van de woning, gelet op de financiële situatie van de man. Het verzoek van de vrouw om een gebruiksvergoeding na deze periode wordt afgewezen omdat dit een vermogensrechtelijke kwestie betreft die niet als nevenvoorziening bij de echtscheiding kan worden toegewezen.
De rechtbank overweegt dat de man geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die rechtvaardigen af te wijken van de wettelijke verplichtingen tijdens het huwelijk. De man hoeft het genot van de woning niet te delen met de kinderen voor de berekening van de gebruiksvergoeding. Tevens wordt de verdeling van de gemeenschap ten overstaan van een notaris bevolen. Andere verzoeken, waaronder de hypotheeklasten en partiële verdeling van goederen, worden afgewezen.
Uitkomst: Man krijgt het gebruik van de echtelijke woning toegekend voor zes maanden met een gebruiksvergoeding van €510 per maand, pas opeisbaar na verkoop of verdeling van de woning.