Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de verdachte het feit ontkent,
- de verdachte niet door aangeefster [slachtoffer 1] of getuige [getuige] is herkend en
- het opgegeven signalement van de dader heel algemeen is.
- het bij [slachtoffer 3] geconstateerde letsel aan het achterhoofd kan worden verklaard door het achterover vallen en er bij haar voor het overige geen zichtbaar letsel is geconstateerd;
- [slachtoffer 2] niet heeft verklaard over het door de verdachte plegen van geweld tegen [slachtoffer 3];
- [slachtoffer 5] in haar eerste verklaring niet heeft verklaard dat de verdachte [slachtoffer 3] heeft geslagen, maar slechts heeft verklaard over het door de verdachte wegduwen van [slachtoffer 3];
- de verdachte ontkent dat hij [slachtoffer 3] heeft geslagen;
- de tweede verklaring van [slachtoffer 5] niet geloofwaardig is, nu deze tegenstrijdigheden bevat ten opzichte van haar eerste verklaring en ten opzichte van de verklaring van [slachtoffer 3].
De bewijsmiddelen
De vaststelling op grond van de bewijsmiddelen
- De verdachte was een voor de aangeefster onbekende man.
- De verdachte gedroeg zich gedurende de anderhalf uur voorafgaande aan de bedreiging erg agressief en provocerend in de richting van omstanders en mishandelde een hondje.
- De verdachte sloeg en schopte vrijwel direct na de bedreiging tegen een raam respectievelijk een deur.
- De bedreiging is gedaan terwijl aangeefster voor haar huis zat.
Conclusie
Vooraf
De bewijsmiddelen
Beoordeling van het verweer van de verdediging
- de verdachte een arm van [voornaam zoon verdachte] vastpakte en hem in zijn richting trok;
- [slachtoffer 3] de andere arm van [voornaam zoon verdachte] pakte en deze vasthield;
- de verdachte [slachtoffer 3] met kracht wegduwde;
- zij een klap achterop haar hoofd heeft gekregen toen zij probeerde [voornaam zoon verdachte] in veiligheid te brengen.
- de verdachte [voornaam zoon verdachte] bij zijn arm vastpakte;
- [slachtoffer 3] het andere armpje van [voornaam zoon verdachte] vasthield;
- de verdachte [slachtoffer 3] met kracht met een vuist in het gezicht sloeg, waardoor zij ten val kwam en met haar hoofd de grond raakte;
- zij zich voorover bukte bij [voornaam zoon verdachte] en toen een harde klap op de achterzijde van haar hoofd voelde;
- verdachte haar meermalen met kracht met de vuist sloeg op haar gezicht en rug.
- de verdachte en [slachtoffer 2] over en weer naar elkaar sloegen;
- zij ertussen wilde springen, maar hiertoe de kans niet kreeg;
- zij vervolgens van de verdachte een klap in haar gezicht kreeg en achterover viel met haar hoofd op de grond;
- [slachtoffer 5] enkele vuistslagen van de verdachte in haar gezicht kreeg.
- bij [slachtoffer 3] geen letsel is geconstateerd in haar gezicht, terwijl de verdachte met een vuist in haar gezicht zou hebben geslagen;
- bij [slachtoffer 5] geen letsel is geconstateerd in haar gezicht, terwijl de verdachte meermalen met een vuist in haar gezicht zou hebben geslagen.
De vaststelling op grond van de bewijsmiddelen
- de verdachte [slachtoffer 2] meermalen met een vuist heeft geslagen, in ieder geval tegen zijn neus, zijn linkeroog en achter op zijn hoofd;
- [slachtoffer 2] hiervan pijn heeft ondervonden en hierdoor letsel heeft opgelopen aan zijn neus en naast zijn linkeroog;
- de verdachte [slachtoffer 3] heeft omvergeduwd, waarvan deze pijn heeft ondervonden en waardoor deze letsel aan haar achterhoofd heeft opgelopen;
- de verdachte [slachtoffer 5] tegen haar hoofd en tegen haar rug heeft geslagen, waarvan deze pijn heeft ondervonden.
Ten slotte
De conclusie
De bewijsmiddelen
De beoordeling van de verweren van de verdediging
De vaststelling op grond van de bewijsmiddelen
- de verdachte op 1 augustus 2013 te Sittard op heterdaad is aangehouden en vastgegrepen door de ambtenaren van politie [verbalisant 1] en [verbalisant 2];
- de verdachte is aangehouden op grond van de verdenking van overtreding van de artikelen 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht;
- de verdachte zich met geweld heeft verzet tegen de ambtenaren van politie [verbalisant 1], [verbalisant 2], [slachtoffer 4] en [verbalisant 3] door met zijn lichaam te draaien, en dus te trekken in een andere richting dan de richting waarin de politieambtenaren hem trachtten te geleiden, en door in hun richting te schoppen en spugen;
- de verdachte verbalisant [slachtoffer 4] daarbij tegen zijn knie heeft geschopt, waardoor de verbalisant hevige pijn voelde;
- de verdachte ter voorgeleiding voor een hulpofficier van justitie is overgebracht naar een politiebureau;
- de ambtenaren van politie werkzaam waren in de rechtmatige oefening van hun bediening.
Ten slotte
Conclusie
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
- de uitkering van de verdachte is gestopt vanwege de huidige detentie;
- de huur van de woning van de verdachte is opgezegd vanwege de huidige detentie;
- tijdens de detentie van de verdachte niets kan worden geregeld ten aanzien van zijn schulden;
- de verzorging van de wonden, die het gevolg zijn van twee operaties en het gevolg zullen zijn van één nog binnenkort te verrichten operatie, in een huis van bewaring moeizaam is;
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], politie regio Limburg-Zuid, postbus 1230, 6201 BE Maastricht, te betalen € 100,00, dat bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 1 augustus 2013 tot aan de dag van volledige voldoening;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] € 100,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 1 augustus 2013 tot aan de dag van volledige voldoening, bij niet betaling te vervangen door twee dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] vervalt en omgekeerd.