ECLI:NL:RBLIM:2013:BY9108
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.G. van Baal
- M.B.T.G. Steeghs
- P.M.S. Dijks
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs smaad woonwagenkampbewoners
De verdachte werd ervan beschuldigd op 22 maart 2012 in een landelijke tv-uitzending te hebben verklaard dat op een woonwagenkamp hennepteelt, drugscriminaliteit, diefstal en heling plaatsvindt, waarmee hij de eer en goede naam van een specifieke bewoner en andere bewoners zou hebben aangetast. Een van de bewoners had namens de groep een klacht ingediend, maar de rechtbank stelde vast dat er geen bewijs was dat de overige bewoners een vervolgingswens hadden of dat de klager gemachtigd was namens hen op te treden.
De officier van justitie werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking had op de groep bewoners. Voor het deel dat de individuele bewoner betrof, oordeelde de rechtbank dat de uitlatingen te algemeen waren en niet concreet genoeg om smaad te bewijzen. Verdachte had niemand bij naam genoemd en de uitlatingen konden niet worden herleid tot een aanwijsbare persoon.
De verdediging voerde aan dat verdachte een gerechtvaardigd belang had om de uitlatingen te doen vanwege een langdurig conflict en dat de uitingen onder de vrijheid van meningsuiting vielen. De rechtbank volgde dit niet, maar sprak verdachte desalniettemin vrij wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat de eer en goede naam van de individuele bewoner was aangetast.
De rechtbank verklaarde de vervolging voor de groep bewoners niet-ontvankelijk en sprak verdachte vrij voor het overige. De dagvaarding was geldig en de rechtbank was bevoegd. Er waren geen gronden voor schorsing van de vervolging. Het vonnis werd uitgesproken op 22 januari 2013 door de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en vervolging tegen de groep bewoners wordt niet-ontvankelijk verklaard.