ECLI:NL:RBLIM:2013:BY9366
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggave rijbewijs na bestuursrechtelijke schorsing vermindert noodzaak strafrechtelijke invordering
Klager werd op 15 december 2012 betrapt op het rijden onder invloed met een alcoholgehalte van 835 microgram per liter uitgeademde lucht, een forse overschrijding van de wettelijke grens. Het rijbewijs werd daarop ingevorderd door de officier van justitie. Klager verzocht via een klaagschrift om teruggave van het rijbewijs, mede omdat er een bestuursrechtelijke vorderingsprocedure bij het CBR liep.
De rechtbank overwoog dat de strafrechtelijke invordering en de bestuursrechtelijke procedure beide gericht zijn op het beperken van het recidivegevaar. Nu het CBR het rijbewijs heeft geschorst en een geschiktheidsonderzoek heeft opgelegd, waardoor klager voorlopig niet of alleen met een alcoholslot mag rijden, is het recidivegevaar op korte termijn aanzienlijk beperkt.
Daarom achtte de rechtbank het belang van het langer strafrechtelijk invorderen van het rijbewijs komen te vervallen. Het klaagschrift werd gegrond verklaard en de teruggave van het rijbewijs werd gelast. De rechtbank merkte op dat zij gelet op de bestuursrechtelijke maatregelen niet meer kan aannemen dat een langere ontzegging van de rijbevoegdheid noodzakelijk is.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs omdat het bestuursrechtelijk ingrijpen het recidivegevaar voldoende beperkt.