ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ0329
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak seksueel binnendringen, taakstraf ontucht met cliënt in zorgrelatie
Verdachte, werkzaam als activiteitenbegeleider, werd verdacht van seksueel binnendringen en ontucht met een verstandelijk beperkte vrouw die aan zijn zorg was toevertrouwd. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor het primair ten laste gelegde seksueel binnendringen en sprak verdachte daarvan vrij.
Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte meerdere ontuchtige handelingen heeft verricht, waaronder het betasten van het naakte lichaam, het strelen van borsten en vagina, en het binnendringen van de vagina met een vinger. Verdachte bevond zich in een overwichtspositie ten opzichte van het slachtoffer.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met het blanco strafblad van verdachte, zijn verantwoordelijkheid en het feit dat hij vrijwillig psychologische behandeling is gestart. De rechtbank legde een taakstraf van 200 uren op, zonder voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat geen seksuele stoornis werd vastgesteld.
De vordering tot immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van ernstig geestelijk letsel, maar materiële schade van €131,32 werd toegewezen. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag en de taakstraf, met vervangende hechtenis bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van seksueel binnendringen, veroordeeld tot 200 uur taakstraf voor ontucht met cliënt en betaling materiële schade.