ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2299
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vertegenwoordigingsbevoegdheid directeur bij Europese aanbesteding textielinzameling gemeente Venlo
De gemeente Venlo schreef een Europese openbare aanbesteding uit voor glas- en textielinzameling, waarbij Humana inschreef op het perceel voor textielinzameling met een geschatte jaarlijkse hoeveelheid van circa 500 ton. De inschrijving werd ondertekend door de directeur van Humana, de heer B. De gemeente stelde echter vast dat uit de inschrijvingsstukken niet eenduidig bleek dat de heer B bevoegd was om namens Humana contracten aan te gaan met een jaarlijkse financiële netto last boven de €150.000, zoals bepaald in de statuten van Humana.
Humana voerde aan dat de interpretatie van het begrip 'jaarlijkse financiële netto last' in de statuten onjuist was en dat de directeur wel bevoegd was. Ter onderbouwing overhandigde zij verklaringen van een notaris en een accountant. De rechtbank oordeelde echter dat de bevoegdheid objectief moet worden beoordeeld en dat de uitleg van Humana te subjectief was, waardoor derden niet op een betrouwbare wijze kunnen vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente terecht de inschrijving van Humana ongeldig heeft verklaard en wees de vorderingen van Humana af. Tevens werd Humana veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ging niet in op de aanvullende rechtsvragen over de procedurele aspecten van de uitsluiting, aangezien de hoofdvraag reeds tot afwijzing leidde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de inschrijving van Humana ongeldig wegens onvoldoende vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directeur en wijst de vorderingen af.