ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2644
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid gedwongen opname en voorwaardelijke machtiging in psychiatrisch ziekenhuis
De zaak betreft een verzoek tot beoordeling van de rechtmatigheid van een gedwongen opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, op basis van overtreding van de voorwaarden van een voorwaardelijke machtiging onder de Wet Bopz.
De geneesheer-directeur had op 4 januari 2013 de voorwaardelijke machtiging omgezet in een voorlopige machtiging wegens het niet onderhouden van contact met behandelaren, waarna betrokkene werd opgenomen. Betrokkene betwistte dat zij de voorwaarden had overtreden en voerde aan dat contact met behandelaren wel was onderhouden en dat de voorwaarden niet duidelijk in het behandelingsplan waren opgenomen.
De rechtbank constateerde dat betrokkene pas tijdens de zitting gedetailleerd toelichtte welke afspraken waren gemaakt, waardoor de behandelaar niet adequaat kon reageren. Daarom gaf de rechtbank de officier van justitie de gelegenheid zich binnen twee weken gemotiveerd uit te laten over deze nadere standpunten.
De rechtbank stelde dat contact met behandelaren een redelijke en noodzakelijke voorwaarde is voor een voorwaardelijke machtiging, ook als dit niet expliciet in het behandelingsplan staat. De beslissing werd aangehouden totdat de officier van justitie zich heeft uitgelaten, waarna een definitief oordeel volgt.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt de officier van justitie in de gelegenheid zich nader uit te laten over de rechtmatigheid van de gedwongen opname.