ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2687
Rechtbank Limburg
- Wraking
- F.H. Machiels
- M.B.T.G. Steeghs
- B.J. Zippelius
- Rechtspraak.nl
Weigering aanhouding behandeling OTS-verzoek geen vooringenomenheid rechter
Op 21 februari 2013 vond de behandeling plaats van een verzoek tot ondertoezichtstelling (OTS) van vier minderjarige kinderen. De vader, tevens pleegouder van het oudste kind, verzocht om aanhouding van de behandeling vanwege afwezigheid van zijn advocaat. Dit verzoek werd door de rechter afgewezen, waarna de vader een wrakingsverzoek indiende wegens vermeende vooringenomenheid.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek en stelde vast dat de rechter zijn beslissing tot weigering van aanhouding had gebaseerd op een belangenafweging, waarbij zowel het belang van de verzoeker als dat van de minderjarige kinderen en hun ouders was meegewogen. De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat een wraking alleen kan worden toegewezen bij een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van het aanhoudingsverzoek een processuele beslissing is die op zichzelf geen grond voor wraking vormt. Er waren geen feiten of omstandigheden die een aanwijzing voor subjectieve of objectieve partijdigheid gaven. Ook de voorgeschiedenis en eerdere afwijzingen van aanhoudingsverzoeken door andere rechters gaven geen aanleiding tot twijfel over onpartijdigheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De rechtbank bevestigde hiermee dat het fundamentele recht op rechtsbijstand niet automatisch leidt tot wraking bij een afwijzing van een aanhoudingsverzoek, mits de rechter een zorgvuldige belangenafweging maakt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wegens weigering aanhouding behandeling OTS-verzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid.