ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ7281

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
AWB 13 / 874 en AWB 13 / 875
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening politieke partij tegen verkeersbesluiten reconstructie N278

De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van de politieke partij Betaalbaar & Duurzaam Vaals om een voorlopige voorziening tegen verkeersbesluiten van 8 februari 2013 betreffende reconstructiewerkzaamheden aan de provinciale weg N278 in Vaals. De partij had bezwaar gemaakt tegen de tijdelijke en definitieve verkeersmaatregelen en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Voor rechtspersonen worden ook de algemene en collectieve belangen die zij in het bijzonder behartigen meegewogen. De verzoekster is een politieke partij die zich richt op het bedrijven van politiek, wat volgens de rechter niet kwalificeert als het behartigen van algemene en collectieve belangen in de zin van de Awb.

Daarom kon de verzoekster niet als belanghebbende worden aangemerkt en was het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de politieke partij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 13 / 874 en AWB 13 / 875
Uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
de vereniging Betaalbaar & Duurzaam Vaals, verzoekster,
en
het college van Gedeputeerde Staten van Limburg, verweerder.
Datum bestreden besluiten: 8 februari 2013
Kenmerk: 2013/7395 en 2013/7398
Overwegingen
1. Bij onderscheiden verkeersbesluiten van 8 februari 2013 heeft verweerder tijdelijke respectievelijk definitieve verkeersmaatregelen getroffen in verband met reconstructiewerkzaamheden aan de provinciale weg N278 in de kom Vaals.
2. Tegen genoemde besluiten heeft verzoekster bezwaar gemaakt bij verweerder. Tevens heeft verzoekster de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht ter zake van beide besluiten een voorlopige voorziening, als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), te treffen.
3. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, voor zover hier van belang, kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak doen indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter doet zich met betrekking tot het onderhavige verzoek een situatie als bedoeld in voormelde bepaling voor, waartoe wordt overwogen als volgt.
5. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Ingevolge artikel 1:2, derde lid, van de Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
6. Verzoekster is een vereniging die zich blijkens artikel 2, eerste lid, van haar statuten als doel stelt politiek te bedrijven.
7. Gelet op haar statutaire doelstelling is verzoekster een politieke partij, hetgeen overigens ook door haar in het verzoekschrift is gesteld. Een politieke partij kan, ook al bezit zij rechtspersoonlijkheid, in een geval waarin beroep en daaraan voorafgaand bezwaar openstaat voor belanghebbenden, niet opkomen ter bescherming van algemene en collectieve belangen, omdat zich daartegen de woorden “in het bijzonder” aan het slot van artikel 1:2, derde lid, van de Awb verzetten. Dit betekent dat verzoekster naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb.
8. De verzoeken dienen daarom als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.M.M. Kleijkers, rechter, in tegenwoordigheid van J.W.J.M. van Rijt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2013.
w.g. J. van Rijt w.g. R. Kleijkers
Voor eensluidend afschrift:
de griffier:
Verzonden op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.