ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ8465
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag moeder en stiefvader ondanks termijnvereiste
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek van de moeder en stiefvader tot wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kind. De vader, die sinds ruim zes jaar geen contact had met het kind vanwege verslavingsproblemen, stemde in met het verzoek. De moeder en stiefvader wilden het gezamenlijk gezag verkrijgen omdat de minderjarige sinds 2012 bij de stiefvader woont en hij de feitelijke verzorger is.
De rechtbank stelde vast dat het gezamenlijk gezag kan worden gewijzigd indien dit in het belang van het kind is en dat de moeder feitelijk al geruime tijd het gezag zonder de vader uitoefent. De stiefvader heeft een nauwe persoonlijke betrekking met het kind en zij wonen in gezinsverband. Hoewel de moeder niet aan de wettelijke termijn van drie jaar eenhoofdig gezag voldoet, oordeelde de rechtbank dat in dit specifieke geval van deze eis kan worden afgeweken.
De minderjarige wenst dat de stiefvader mede het gezag krijgt en wil bij hem blijven wonen. De vader heeft geen bezwaar en de Raad voor de Kinderbescherming steunt het verzoek. De rechtbank wijst het verzoek toe, wijzigt het gezag zodat de vader niet langer gezag heeft en de moeder en stiefvader gezamenlijk het gezag krijgen toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt het gezag zodat de moeder en stiefvader gezamenlijk het gezag over de minderjarige uitoefenen en de vader niet langer gezag heeft.