ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ9966
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkeringsaanvraag wegens termijnoverschrijding niet gerechtvaardigd
Eiseres diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven vanwege seksueel misbruik, mishandeling en bedreiging door haar vader in de periode 1993-1996. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar na het misdrijf was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar werd geacht.
Verweerder hanteerde een interne gedragslijn waarbij aanvragen buiten de wettelijke termijn alleen worden geaccepteerd indien zij binnen drie maanden na bekendheid met het Schadefonds zijn ingediend, tenzij er zwaarwegende redenen zijn. Eiseres stelde dat zij pas op 20 juni 2011 van het fonds op de hoogte was en dat haar aanvraag binnen drie maanden daarna werd ingediend. Tevens voerde zij aan dat de beleidslijn niet correct was bekendgemaakt en dat haar gemachtigde geen professionele jurist is.
De rechtbank oordeelde dat de strenge toepassing van de Awb-regels omtrent verschoonbaarheid niet zonder meer passend is voor de kwetsbare doelgroep van de Wsg. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden, zoals het ontbreken van kennis over een pro forma aanvraag en de niet-juridische achtergrond van de gemachtigde. Daarom was het niet redelijk om de aanvraag als niet-verschoonbaar te beschouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder tot een nieuwe inhoudelijke beslissing. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.