ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0294
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.A. van den Berg
- E.B.A. Ferwerda
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mensenhandel; veroordeling voor bezit harddrugs
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van mensenhandel met twee slachtoffers en bezit van harddrugs. Na onderzoek en hoorzittingen concludeerde de rechtbank dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen voor de mensenhandelzaken. De verklaringen van slachtoffers en medeverdachte wezen niet overtuigend naar betrokkenheid van verdachte bij uitbuiting.
Wel werd vastgesteld dat verdachte op 19 april 2011 in zijn woning in Maastricht opzettelijk ongeveer 52,8 gram cocaïne en 37 buisjes MDMA in bezit had. De drugs werden aangetroffen in een jas in een slaapkamerkast en zichtbaar in de keuken. Verdachte ontkende kennis van de drugs, maar de rechtbank verwierp dit gezien zijn bewoningspositie en de zichtbaarheid van de middelen. Tapgesprekken bevestigden het drugsgebruik in de woning.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege het blanco strafblad en de overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte werd vrijgesproken van de mensenhandel ten laste gelegde feiten. Verder werd bepaald dat inbeslaggenomen TomTom met oplader aan verdachte wordt geretourneerd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel en veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand voor bezit van harddrugs.