ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0482
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige toetreding nieuwe vennootschap tot raamovereenkomst na faillissement
De zaak betreft een geschil tussen twee BV's, [A] en [B], en Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) over de uitvoering van een raamovereenkomst voor onderhoud en renovatie van rioolgemalen. De raamovereenkomst is tot stand gekomen na een openbare Europese aanbesteding waarbij drie aannemers werden geselecteerd. Na het faillissement van [C] B.V. is een nieuwe vennootschap opgericht die WBL wenst toe te laten tot de raamovereenkomst.
[A] en [B] maken bezwaar tegen deze toetreding omdat de nieuwe [C] B.V. niet heeft deelgenomen aan de aanbestedingsprocedure en niet voldoet aan de minimumvereisten, zoals financiële draagkracht. Volgens hen handelt WBL onrechtmatig en onzorgvuldig door deze partij toe te laten, wat in strijd is met het gelijkheids- en transparantiebeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de raamovereenkomst niet los kan worden gezien van de aanbestedingsregels en dat WBL onrechtmatig handelt door de nieuwe [C] B.V. toe te laten zonder aanbesteding. Dit zou de concurrentiepositie van [A] en [B] schaden en de beginselen van aanbestedingsrecht ondermijnen. De vorderingen van [A] en [B] worden toegewezen, waarbij WBL wordt verboden opdrachten aan de nieuwe [C] B.V. te verstrekken en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: WBL is verboden opdrachten aan de nieuwe [C] B.V. te verstrekken en moet opdrachten binnen de raamovereenkomst aan [A] of [B] toewijzen.