ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0909
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer op omzetting arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd
Werknemer was sinds 1 april 2010 in dienst bij de Stichting met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, telkens verlengd voor één jaar. Werknemer stelt dat door goed functioneren en toezeggingen van de werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan, en eist loonbetaling vanaf 1 april 2013.
De Stichting betwist de omzetting en het functioneren van de werknemer. De kantonrechter oordeelt dat in kort geding geen uitgebreid bewijs kan worden geleverd en dat de stellingen van de werknemer onvoldoende aannemelijk zijn. De salarisverhogingen en verlengingen zijn niet doorslaggevend voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Daarom wordt de vordering van de werknemer afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De arbeidsovereenkomst eindigde per 1 april 2013 zoals overeengekomen in de tijdelijke contracten.
Uitkomst: Vordering werknemer tot omzetting arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd en doorbetaling loon wordt afgewezen.