ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0950
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering loonbetaling wegens betwisting nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden. Kort na aanvang bood werkgever een wijziging aan van functie, salaris en uren, welke werknemer aanvaardde. Werknemer stelde dat hiermee een nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. Werkgever betwistte dit gemotiveerd.
Werknemer vorderde loonbetaling vanaf het einde van het dienstverband, omdat de nieuwe overeenkomst niet was opgezegd. De kantonrechter overwoog dat in kort geding slechts een voorlopig oordeel kon worden gegeven en dat uitgebreid bewijs niet mogelijk was.
De e-mail met het aanbod voldeed niet aan de cao-vereisten voor een arbeidsovereenkomst en er was geen schriftelijke vastlegging daarna. Het was dus onduidelijk of een nieuwe arbeidsovereenkomst bestond. Daarom werd de loonvordering afgewezen.
Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter A.J. Henzen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van loon wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het bestaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.