ECLI:NL:RBLIM:2013:CA2391
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op aangezegde executoriale verkoop wegens gebrek aan bewijs onrechtmatigheid beslag
De zaak betreft een vordering van twee partijen die een verbod wilden verkrijgen op een aangezegde executoriale verkoop door Sijben Wooncenter B.V. De eiser erkent de schuld aan Sijben, maar betwist dat beslag mag worden gelegd op goederen die niet aan hem toebehoren. Daarnaast wordt aangevoerd dat de executie disproportioneel is en de kinderen van de eisers onevenredig zou treffen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering moet worden beschouwd als een executiegeschil onder artikel 438 Rv Pro en dat de kantonrechter als voorzieningenrechter bevoegd is. Er is geen sprake van een kennelijke misslag in het vonnis waarop de executie is gebaseerd, noch van feiten die een noodtoestand veroorzaken. De eisers moeten aantonen dat de goederen waarop beslag wordt gelegd niet hun eigendom zijn om onrechtmatigheid aan te tonen.
Ook het beroep op misbruik van bevoegdheid wordt verworpen omdat de eisers onvoldoende onderbouwing bieden. De stelling dat het beslag vexatoir is, kan niet worden beoordeeld zolang er geen beslag is gelegd en geen lijst van goederen is opgesteld. De vordering wordt daarom afgewezen en de eisers worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op de aangezegde executoriale verkoop wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.