ECLI:NL:RBLIM:2013:CA3068
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M.S. Dijks
- E.H.M. Druijf
- S.G.M. Schellekens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet en redelijke vrees bij bedreiging tijdens vertrouwelijk hulpverleningsgesprek
Verdachte wendde zich in psychische nood tot de crisisdienst van Riagg in Roermond en voerde een vertrouwelijk gesprek met hulpverleners. Tijdens dit gesprek uitte hij dreigementen met een molotovcocktail tegen een stichting, maar dit gebeurde in het kader van zijn acute hulpvraag en frustratie.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens bedreiging, maar de verdediging stelde dat geen sprake was van opzet of dat de bedreigde een redelijke vrees kon hebben. De rechtbank oordeelde dat verdachte geen opzet had om te bedreigen en dat de vertrouwelijkheid van het gesprek betekende dat geen aanmerkelijke kans bestond dat derden de bedreigingen zouden vernemen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op. Tevens benadrukte de rechtbank dat de geheimhoudingsplicht van hulpverleners geldt, waardoor informatie niet zonder toestemming aan derden wordt verstrekt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en redelijke vrees bij bedreiging tijdens een vertrouwelijk hulpverleningsgesprek.