Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
4.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
5.De beoordeling van het bewijs
, begrijpt de rechtbank). [getuige 2] heeft gevraagd of de telefoons “eerlijk” waren en of zij in orde waren. Toen dat werd bevestigd, is hij samen met [verdachte] en [medeverdachte] naar [getuige 1] gereden. Zijn vriendin [naam vriendin getuige 2] was daar niet bij. [getuige 2] heeft voorts verklaard dat hij bij de woning van [getuige 1] is uitgestapt en de telefoons aan [getuige 1] te koop heeft aangeboden. Deze heeft de telefoons gekocht, waarna [getuige 2] naar de auto is gegaan en het geld aan [verdachte] en [medeverdachte] heeft gegeven. Naderhand heeft [getuige 1] hem gebeld en hem verteld dat de telefoons afkomstig waren van een overval waarbij geweld was gebruikt. [getuige 2] heeft dat tegen [verdachte] gezegd, waarop [verdachte] antwoordde: “ja, heel erg, kop kapot” of zoiets.