Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
4.De beoordeling van het bewijs
op de grondslag van hetgeen is tenlastegelegdmoet bezien hoe verdachte zich als deelnemer aan het verkeer heeft gedragen. De rechtbank stelt uitdrukkelijk voorop dat de toets niet ligt bij de vraag of verdachte de optimaal denkbare voorzichtigheid bij het besturen van de auto heeft betracht. Uitgegaan dient niet te worden van de voorzichtigste en kundigste persoon, maar van hoe de gemiddelde soortgelijke deelnemer aan het verkeer (in dit geval een automobilist) zich in soortgelijke situaties behoort te gedragen.
aanmerkelijkonoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam handelen van verdachte in de zin van de Wegenverkeerswet 1994. Het komt hierbij aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts is van belang hierbij dat de schuld van verdachte niet reeds mag worden afgeleid uit de ernst van de gevolgen van de verkeersovertreding.
voorafgaandaan het moment dat de auto oncontroleerbaar werd te worden beoordeeld.
aanmerkelijke matevan verwijtbare onvoorzichtigheid wil de schuld kunnen worden bewezen. Hierbij gaat het om een grove onachtzaamheid. Beoordeeld dient te worden of verdachte zich zo gevaarlijk heeft gedragen dat een reële mogelijkheid ontstond dat de slachtoffers gedood zouden worden.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf en/of maatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.5 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
taakstraf voor de duur van 120 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van 60
dagen;
ontzegtde verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van
1 jaar;
bepaaltdat deze bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op
2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;