ECLI:NL:RBLIM:2014:10078
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor mensenhandel met beknotting van vrijheid
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel door het aanwerven, medenemen of ontvoeren van twee vrouwen met het oogmerk hen in Nederland seksuele handelingen te laten verrichten tegen betaling.
Tijdens de terechtzitting op 10 november 2014 werden de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier stelde dat verdachte wist dat de vrouwen in de prostitutie gingen werken en dat hij hen van Duitsland naar Nederland vervoerde met dat doel. De verdediging voerde aan dat verdachte geen gedragingen had verricht die de vrijheid van de slachtoffers belemmerden en dat er geen sprake was van ontvoering.
De rechtbank oordeelde dat het wettelijk vereiste oogmerk van 'ertoe brengen' inhoudt dat verdachte een verwijtbare bijdrage moet hebben geleverd aan een beknotting van de vrijheid van de slachtoffers. Hoewel verdachte de vrouwen vervoerde, kon niet worden vastgesteld dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zijn handelen een schakel was in een keten die leidde tot beknotting van hun vrijheid. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor een verwijtbare bijdrage aan beknotting van vrijheid bij mensenhandel.