Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
.
Rechtbank Limburg
Partijen, gehuwd in Tunesië in 2000 en beiden met de Nederlandse en Tunesische nationaliteit, verzoeken de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting, welke door beide partijen wordt erkend.
De rechtbank stelt vast dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek tot echtscheiding en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw wordt vastgesteld, aangezien de kinderen in Nederland wonen en de vrouw zich hiertegen niet verzet.
De zorg- en opvoedingstaken worden verdeeld conform een door partijen ondertekende regeling, met verblijf bij de man één weekend per veertien dagen en een extra woensdagmiddag voor één kind tot basisschoolleeftijd.
De man wordt verplicht een maandelijkse kinderbijdrage van €50 te betalen aan de vrouw, ingaande op de datum van de beschikking.
Ten aanzien van het huwelijksvermogensregime oordeelt de rechtbank dat op grond van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 het Tunesisch recht van toepassing is vanaf het huwelijk tot tien jaar verblijf in Nederland, waarna Nederlands recht geldt. De verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt bevolen, met benoeming van een notaris bij onenigheid.
Het verzoek inzake gezag is ingetrokken en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de hoofdverblijfplaats en zorgregeling vast, legt een kinderbijdrage op en beveelt de verdeling van het huwelijksvermogen volgens het toepasselijke recht.