Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
ernstige bezwaren. Dat deze bewering foutief is, blijkt uit de beschikking van de raadkamer van 16 december 2010. De raadkamer oordeelde destijds namelijk dat er geen
grondenmeer aanwezig waren die de voorzetting van de voorlopige hechtenis konden rechtvaardigen. De rechtbank acht echter niet aannemelijk dat de officier van justitie bij het redigeren van de vordering tot inbewaringstelling het oogmerk had om de rechter-commissaris te misleiden, zodat de rechtbank de onjuistheid in de vordering zal opvatten als een kennelijke misslag en daaraan verder geen consequenties zal verbinden.
4.De beoordeling van het bewijs
.De rechtbank zal verdachte derhalve van dit feit vrijspreken.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf
8.De benadeelde partij
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf van 15 maanden;