Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
doormet dat opzet voornoemde [slachtoffer 1] in een woning gelegen aan de [adres]
op te sluitenheeft opgeslotenen/of de deur van voornoemde woning
af te sluitenheeft afgesloten;
,tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij, verdachte, ons ([slachtoffer 2] en/of haar man) zou gaan opruimen en kapot schieten en/of
dathij, verdachte,
zouandere gastjes op ons ([slachtoffer 2] en/of haar man)
zouafsturen;
heeft gezegdte zeggendat als zij, [slachtoffer 3], haar ouders de waarheid over het geld zou vertellen,
dandatzou hij, verdachte, zigeuners op haar, [slachtoffer 3]
,afsturen die haar, [slachtoffer 3], zouden afmaken;
dandatzou hij, verdachte, zigeuners op haar, [slachtoffer 3] afsturen die haar, [slachtoffer 3], zouden afmaken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
avan
hHyves de woorden toegevoegd: “ik wil het goud en foon terug, anders gooi ik een handgranaat naar binnen, anders wil ik geld zien, ik trap jou deur in, je had je kans om te praten nu heb je de kans dat je sterft, geloof me ik sta
aan jou deur, als ik mijn goud niet krijg sleep ik je naar
f, nu is het oorlog, je bent kapot en je vriend mag je helpen boeit niet, kom wel effe met een paar zigeuners langs, schieten je hele kiet overhoop en rippen je hele huis leeg als jij het goud van onze opa en oma, 3,2,1, je sterft geloof me, ik maak je dood, geloof me dood, dood, dood, dood, dat goud van mij moet terug, geloof me je bent doo
d, focking hoer, praat nu gvd of maak jou echt dood...dood ben je”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
,telkens met kracht heeft geknepen in haar gezicht/wangen en/of in haar arm(en), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden ketting, in elk geval een gouden sieraad, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
,een persoon genaamd [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door dreigend, in elk geval op dreigende toon
,tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij, verdachte, haar en/of een of meer van haar familieleden/vriend(en) zou laten afmaken, althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking.
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.
4.De beoordeling van het bewijs
J: Ja, hij heeft mij hier opgesloten en ik kom er niet uit of niks.
J: euh..[adres]? In Maasniel is dat.
J: Dat is [verdachte]. (…)
J: Ja, ik wil hier zo snel mogelijk weg meneer, echt, ik ben echt bang voor hem.
Het onderzoek is verricht in een woning (kamerverhuur) te [adres] te Roermond.
- Van wie is het humaan biologisch celmateriaal?
- Maak een DNA-profiel en vergelijk het met alle aanwezige DNA-profielen binnen de zaak.
- SIN : AAFK4553NL
- SIN : RABA5490NL
- haar had verteld dat hij boetes open had staan en dat hij vast zou komen te zitten als hij deze boetes niet zou betalen;
- haar had gevraagd of zij de boetes wilde betalen;
- haar bovendien vaker om geld had gevraagd.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf en/of maatregel
- de verdachte inziet dat verandering in zijn leven nodig is;
- hij zijn leven wil beteren en hierbij steun nodig heeft;
- de verdachte bereid is om zich te houden aan de voorwaarden uit het zogenoemde maatregelrapport van de reclassering d.d. 22 augustus 2014.
- op 28 maart 2010 aangeefster [slachtoffer 4] bedreigd (feit 5);
- in de periode van 22 september 2012 tot en met 18 november 2012 meermalen aangeefster [slachtoffer 5] mishandeld (feit 6);
- omstreeks 31 oktober 2012 een gouden ketting gestolen van aangeefster [slachtoffer 5] (feit 7);
- op 3 augustus 2013 aangeefster [slachtoffer 1] mishandeld (feit 2);
- op 3 augustus 2013 aangeefster [slachtoffer 1] wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd (feit 1).
- 15 februari 2007, opgesteld door drs. M.M.F. van Casteren;
- 16 juli 2008, opgesteld door drs. M.M.F. van Casteren;
- 28 oktober 2008, opgesteld door dr. P.J. Vervoort, psychiater;
- 5 oktober 2011, opgesteld door drs. H.R.J. ter Borg, psycholoog,
- een meldplicht,
- opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang,
- opname in een zorginstelling (klinische behandeling),
- het zich onthouden van alcohol- en druggebruik,
- inzet voor het hebben en behouden van een stabiele dagbesteding in de vorm van werk of opleiding,
- het niet maken van schulden en het inzicht verschaffen in zijn financiële situatie en
- transparant zijn over het sociale netwerk waarin hij zich begeeft.
8.De benadeelde partij
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde onder 1, 2, 5, 6 en 7 bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor de feiten 1, 2, 5, 6 en 7 tot
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van twee jaar de algemene voorwaarde, dat hij zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, heeft overtreden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment dat de verdachte op 22 oktober 2014 vanuit het PPC te Vught is overgebracht naar de FPA van Dichterbij/Stevig te Oostrum;
gelast dat de verdachte voor de feiten 1, 5 en 7 voor de tijd van twee jaar ter beschikking zal worden gesteld, onder de volgende voorwaarden:
Wettelijke verplichtingTen behoeve van het vaststellen van zijn identiteit verleent de verdachte medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt hij een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan.
Opname in een zorginstelling – klinische behandelingDe verdachte wordt verplicht om zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling op 22 oktober 2014, aansluitend aan de opheffing van de voorlopige hechtenis, te laten opnemen op de FPA van Dichterbij/Stevig te Oostrum of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven.
Opname in een instelling voor begeleid wonen en maatschappelijk opvangDe verdachte wordt verplicht om zich na de klinische behandeling te laten verwijzen naar een 24-uurs voorziening of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, daar te verblijven en zich te houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, of naar een woonvoorziening die een bepaalde vorm van woonbegeleiding aanbiedt, afgestemd op de behoeften van de verdachte.
Geen alcohol- of druggebruikHet is de verdachte verboden om alcohol of drugs te gebruiken. Hij wordt verplicht, ten behoeve van de naleving van dit verbod, mee te werken aan urinecontroles en blaastesten.
In geval van een terugval of uitglijder in alcohol- of druggebruik wordt verdachte verplicht mee te werken aan een behandeling bij de ambulante verslavingszorg, ook als dit inhoudt het innemen van zuchtremmende medicatie, indien de reclassering dit noodzakelijk acht.
Stabiele dagbestedingDe verdachte zet zich in voor het hebben en behouden van een stabiele dagbesteding in de vorm van (vrijwilligers-)werk of opleiding, waarin ruimte is om afspraken met de reclassering en zijn behandelaren na te komen. Hiertoe geeft de verdachte toestemming aan de reclassering om contact te hebben met zijn werkgever/eindverantwoordelijke en vrijelijk informatie uit te wisselen over hoe de verdachte zich op het werk/de opleiding verhoudt.
FinanciënDe verdachte maakt geen (nieuwe) schulden en verschaft de reclassering en/of behandelaren inzicht in zijn financiële situatie. Hij zal de controle hierop door de reclassering accepteren. De verdachte werkt mee aan een verwijzing naar een instelling voor schuldbemiddeling, dan wel laat zich onder bewindvoering stellen, indien de reclassering dit noodzakelijk acht.
Sociaal netwerkDe verdachte is transparant over het sociale netwerk waarin hij zich begeeft en over het aangaan van een nieuwe toekomstige (intieme) relatie/partner.
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] in haar vordering niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.