Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.
4.De beoordeling van het bewijs
zeer onvoorzichtigheeft gereden. Dit heeft zij gebaseerd op het proces-verbaal aanrijding, de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2], de verklaring van de verdachte, de bevindingen van de Verkeersongevallenanalyse en de aktes van overlijden van de slachtoffers.
- Verdachte reed met een heel zware landbouwcombinatie, met welke combinatie bij een aanrijding grote schade kan worden veroorzaakt.
- Verdachte reed te hard.
- Verdachte reed in de bebouwde kom waar diverse oversteekplaatsen zijn voor langzaam verkeer.
- Vanaf 128 meter voor de botsplaats had verdachte geen zicht meer op wat er links van hem in de berm of de naastgelegen rijstrook gebeurde.
- Verdachte had in het geheel niet in de bermmaaier mogen rijden, omdat deze niet voldoet aan het bepaalde in de Europese Richtlijn 2008/2/EG.
zeer onvoorzichtig en/of onoplettendis geweest.
onvoorzichtigheid
- hij zich wederrechtelijk heeft gedragen,
- hij kon en behoorde te voorzien dat zijn gedrag tot dat gevolg kon leiden,
- dat gevolg dus vermeden had moeten worden en
- hij zijn gedrag dan ook achterwege had moeten laten.
zeer, althans aanmerkelijke, onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid– uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, komt het aan op:
- het geheel van gedragingen van de verdachte,
- de aard en de ernst van deze gedragingen en
- de overige omstandigheden van het geval.
- de verdachte op 19 juni 2013 als bestuurder van een land- of bosbouwtrekker van categorie T1 heeft gereden over de Provincialeweg N278/Rijksweg te Margraten;
- aan deze land- of bosbouwtrekker een 2-assige aanhangwagen was gekoppeld;
- deze land- of bosbouwtrekker aan de voorzijde was voorzien van een verwisselbaar uitrustingsstuk, onder meer bestaande uit een giek met een maaibalk;
- de Provincialeweg N278/Rijksweg te Margraten een overzichtelijke en (nagenoeg) rechte weg is;
- de verdachte reed met een snelheid gelegen tussen 38,9 en 40,3 kilometer per uur;
- de verdachte met onverminderd hoge snelheid een oversteekplaats voor voetgangers en bestuurders van (snor)fietsen is genaderd en opgereden terwijl [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich reeds op die oversteekplaats bevonden;
- bij normaal zicht die oversteekplaats goed is waar te nemen, maar het zicht op die oversteekplaats voor de verdachte zeer ernstig werd belemmerd door voornoemde giek met maaibalk;
- verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in het geheel niet heeft waargenomen totdat zij, enkele meters voor hij die oversteekplaats bereikte, recht voor zijn trekker liepen;
- de verdachte met de land- of bosbouwtrekker tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gebotst, terwijl zij als voetgangers de weg aan het oversteken waren op voornoemde oversteekplaats;
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hierdoor werden gedood.
zeeronvoorzichtig en/of onoplettend handelen door de verdachte geen sprake is, nu aan hem, naast de snelheidsoverschrijding in combinatie met het zeer beperkte zicht, geen ander verwijtbaar handelen kan worden toegerekend.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf
- In het onderhavige geval zijn twee dodelijke slachtoffers te betreuren, terwijl het oriëntatiepunt ziet op een verkeersongeval met één dodelijk slachtoffer.
- Verdachte is in het verleden meermalen met politie en justitie in aanraking gekomen voor overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. Hij is immers tweemaal in 2008 en eenmaal in 2010 door de kantonrechter veroordeeld voor het rijden zonder rijbewijs.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.5 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat deze voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachtezich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
- ontzegtde verdachte
de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor
1 jaar.