ECLI:NL:RBLIM:2014:11499
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling grootouders met kleinkinderen na terugtrekking ouders en verblijf in pleeggezin
De rechtbank Limburg behandelde een zaak waarin grootouders een omgangsregeling met hun kleinkinderen vorderden. De kinderen verblijven in een pleeggezin en de ouders weigeren medewerking aan contact met de grootouders. De stichting Bureau Jeugdzorg Limburg en de Raad voor de Kinderbescherming gaven aan dat het contact tussen grootouders en kinderen positief is, maar dat de vader zich volledig heeft teruggetrokken, wat leidt tot gedragsproblemen bij de kinderen.
Tijdens de zitting bleek dat de moeder geen contact wenst met de grootouders en dat de vader niet is verschenen. De stichting kon geen stukken overleggen over contactherstel en de Raad adviseerde om het contact tussen grootouders en kleinkinderen te beperken tot eens per drie tot vier maanden, met professionele begeleiding en evaluatie.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de kinderen gebaat is bij regelmatige omgang met de grootouders en dat, gezien de weigering van ouders tot samenwerking, een omgangsregeling door de rechtbank moet worden vastgesteld. De grootouders krijgen het recht om eenmaal per drie maanden minimaal een halve dag contact te hebben met de kinderen, waarbij de stichting verantwoordelijk is voor voorbereiding en begeleiding.
Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij grootouders eenmaal per drie maanden contact hebben met de kleinkinderen.