Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
- [minderjarige A] te [geboorteplaats] op [2005],
- [minderjarige B] te [geboorteplaats] op [2009].
2.Het verzoek en het verweer
.De grootmoeder is vóór het overlijden van de vader van de kinderen altijd zeer betrokken geweest bij [minderjarige A] en [minderjarige B]. De grootmoeder vervulde een substantiële rol in het leven van de kleinkinderen, zij paste wekelijks op en heeft een goede en sterke band met hen ontwikkeld. Na het overlijden van de vader heeft er tot juli 2012 een paar keer contact tussen de grootmoeder en de kinderen plaatsgevonden. Daarna trachtte de grootmoeder nog wel in contact te komen met de moeder en de kinderen, maar dit werd door de moeder tegengehouden.