Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
4.De beoordeling van het bewijs
LJN: AZ2047 en HR 19 maart 2013,
LJN: BZ4491). In onderhavige zaak leidt de toepassing van deze maatstaf tot de conclusie dat er sprake is van een causaal verband tussen de gedraging van verdachte en de dood van het slachtoffer. Immers, gelet op het rapport van forensisch arts [V.G.] d.d. 20 oktober 2012, is het de gedraging van verdachte geweest die tot de afsluiting van de bloedtoevoer en dus tot het zuurstofgebrek in het brein van het slachtoffer heeft geleid.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf en/of maatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf van 7 jaren;