ECLI:NL:RBLIM:2014:3671

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 april 2014
Publicatiedatum
17 april 2014
Zaaknummer
03/703107-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens onvoldoende concretisering tenlastelegging kinderpornobezit en verspreiding

De rechtbank Limburg behandelde op 16 april 2014 een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bezit en verspreiding van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen. De tenlastelegging betrof duizenden foto’s en video’s met seksuele gedragingen van personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt.

Tijdens de terechtzitting van 2 april 2014 stelde de rechtbank ambtshalve de geldigheid van de dagvaarding aan de orde. De rechtbank constateerde dat noch in de tenlastelegging, noch in het dossier, de afzonderlijke strafbare feiten of specifieke afbeeldingen waren benoemd of beschreven. De beschrijving was globaal en gebaseerd op een collectiescan zonder concrete identificatie van de beelden.

De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin is bepaald dat bij grote hoeveelheden kinderpornografisch materiaal het Openbaar Ministerie duidelijk moet maken welke afzonderlijke strafbare feiten worden geïdentificeerd. De huidige tenlastelegging voldeed hier niet aan.

Daarom oordeelde de rechtbank dat de dagvaarding nietig is wegens onvoldoende feitelijke betekenis en niet voldoen aan artikel 261 Sv Pro. Hierdoor kon de rechtbank niet inhoudelijk op de zaak ingaan en wees zij de dagvaarding af.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onvoldoende concretisering van de tenlastelegging.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03/703107-12
Datum uitspraak : 16 april 2014
Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboortegegevens verdachte],
wonende te [adresgegevens verdachte].
Raadsman is mr. T. Boumans, advocaat te Heerlen.

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 2 april 2014.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:
1.
hij op of omstreeks 11 december 2012, in de gemeente Heerlen, in elk geval in
Nederland,
een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 2616 foto('s) en/of 1779 video('s)
en/of film(s) - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en)
- te weten één of meer computer(s) en/of (een) harddisk(s) en/of (een) DVD('s)
in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd
werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft
verschaft,
terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,
waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog
niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk
de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
en/of
het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een
(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog
niet heeft bereikt
en/of
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een
persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt
en/of
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een
(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog
niet heeft bereikt
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die
kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij
deze perso(o)n(en) poseert/poseren met (een) voorwerp(en) (op een wijze) die
niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich
(vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun
kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt nadrukkelijk
de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht
worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking
heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een
perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben
bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam
van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet
heeft/hebben bereikt en/of het plassen over/op het lichaam van een
perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben
bereikt
(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft
en/of strekt tot seksuele prikkeling;
2.
hij op of omstreeks 11 augustus 2011 in de gemeente Heerlen, in elk geval in
Nederland,
een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 52 foto('s) en/of 1 video en/of
film - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) heeft
verspreid en/of heeft verworven en/of aangeboden door deze te plaatsen/ter
beschikking te stellen in een openstaande "[naam 1]" map via het
softwareprogramma [naam 2] en/of openlijk tentoongesteld en/of in bezit gehad
en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met
gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,
waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog
niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,
welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die
kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een)
vinger(s)/hand en/of de mond/tong
en/of
het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon
door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft
bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of
de mond/tong
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die
kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze
perso(o)n(en) poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en)
en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij
haar/hun leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of
de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s)
nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld
gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele
strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
en/of
het masturberen boven/bij het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de
leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een
perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben
bereikt
(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft
en/of strekt tot seksuele prikkeling;
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De voorvragen

De geldigheid van de dagvaarding
Ter terechtzitting van 2 april 2014 heeft de rechtbank ambtshalve de geldigheid van de dagvaarding aan de orde gesteld.
Aan verdachte is ten laste gelegd – zakelijk samengevat – dat hij:
feit 1:
2616 foto’s en/of 1779 video’s en/of gegevensdragers bevattende kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad; en
feit 2:
52 foto’s en/of 1 video bevattende kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid, verworven en of aangeboden.
Geen van die afbeeldingen is benoemd en beschreven in de tenlastelegging dan wel in het dossier De in beide feiten verfeitelijkte seksuele gedragingen zijn een weergave van de volgens de collectiescan in het materiaal aangetroffen hoofd- en subcategorieën; steeds als en/of tenlastegelegd. Iedere verwijzing naar afzonderlijke gespecificeerde afbeeldingen ontbreekt in de collectiescan en in de tenlastelegging.
In het arrest van de Hoge Raad d.d. 20 december 2011 (NJ 2012, 147) en in – onder andere – de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch d.d. 10 februari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:317) wordt overwogen dat ook bij het bezit van grote hoeveelheden kinderporno het Openbaar Ministerie duidelijk moet concretiseren welke afzonderlijke strafbare feiten op de aangetroffen afbeeldingen worden geïdentificeerd. Het is niet voldoende als in globale beschrijvingen wordt aangegeven welke gedragingen op niet nader genoemde fotos en/of video’s zichtbaar zijn, ook al zijn deze gedragingen bijvoorbeeld vastgesteld door middel van een zogenaamde collectiescan.
In onderhavige zaak is door de officier van justitie gekozen voor deze door de Hoge Raad en meerdere Gerechtshoven verworpen manier van tenlasteleggen.
Gelet op het voorgaande overweegt de rechtbank dat de onderhavige tenlastelegging onvoldoende de afzonderlijke strafbare feiten identificeert die de tenlastelegging op het oog heeft, waardoor deze onvoldoende feitelijke betekenis heeft en niet voldoet aan de vereisten van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard.
Om deze reden komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het verzoek van de verdediging om in het belang van verdachte de zaak op basis van deze tenlastelegging en het onderzoek ter terechtzitting op 2 april 2014 inhoudelijk te toetsen.

4.De beslissing

De rechtbank:
verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.A.F.M. Krol, voorzitter, mr. A.M. Schutte en
mr. E.W.A. van den Berg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Coenegracht-Bakker, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 april 2014.