Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De inhoud van het verzoekschrift
2.De procesgang
3.Standpunten der partijen
4.De beoordeling
5.Beslissing
niet-ontvankelijkin zijn verzoekschrift.
Rechtbank Limburg
Verzoeker diende een verzoekschrift in tot vergoeding van €302,50 voor kosten van een raadsvrouw gemaakt in een klaagschriftprocedure ex artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank Limburg behandelde het verzoek en hoorde partijen in openbare raadkamer.
De officier van justitie stelde dat niet duidelijk was dat de kosten betrekking hadden op de klaagschriftprocedure en verzocht om aanhouding voor nadere specificatie. Verzoeker hield vast aan zijn verzoek.
De rechtbank oordeelde dat artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering alleen van toepassing is op strafzaken en niet op procedures ex artikel 164 WVW Pro, omdat hierbij geen sprake is van oplegging van straf of maatregel en geen sprake is van een gewezen verdachte. Dit in tegenstelling tot procedures ex artikel 552a Sv, waarop artikel 591a Sv wel van toepassing is.
De rechtbank verwees naar eerdere beslissingen waarin verzoeker in soortgelijke gevallen niet-ontvankelijk werd verklaard, bevestigd door het hof. Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten raadsvrouw in klaagschriftprocedure wordt niet-ontvankelijk verklaard.