Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verder verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
- welke hoofdverblijfplaats komt het meest tegemoet aan de belangen van [minderjarige];
- welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders komt het meest tegemoet aan de belangen van [minderjarige];
- hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie te worden vorm gegeven.
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder te bepalen;
- in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te leggen dat [minderjarige] een keer per 14 dagen van vrijdag 18.00 uur tot dinsdag 18.00 uur en in de tussenliggende week op de woensdag na school tot de donderdag na school bij de vader verblijft.
3.De beslissing
- in de oneven weken verblijft [minderjarige] van zondag 18.00 uur tot de daarop volgende zondag 18.00 uur bij haar vader en zo vervolgens elke oneven week;
- in de even weken verblijft [minderjarige] van zondag 18.00 uur tot de daarop volgende zondag 18.00 uur bij haar moeder en zo vervolgens elke even week;
- indien [minderjarige] in de betreffende week dat zij bij de ene ouder verblijft naar voor haar belangrijke feesten van familieleden of vrienden aan de zijde van de andere ouder zijn wenst te kunnen gaan dan kan zij daar naar toe gaan zonder dat ze afhankelijk is de toestemming van haar ouders. Daaronder vallen ook de verjaardagen van haar moeder en haar vader, alsmede van de partner van haar moeder en die van haar vader alsmede van haar jongste (stief)zusje. In overleg met haar vader (als de feesten aan vaderszijde zijn) of haar moeder (als de feesten aan moederszijde zijn) spreekt [minderjarige] de eindtijd af en daarbij dient respectievelijk haar vader (bij de feesten aan zijn zijde) of haar moeder (bij de feesten aan haar zijde) te zorgen dat ze op die eindtijd weer terug wordt gebracht bij de andere ouder waar ze die week pleegt te verblijven. Verder geldt dat als [minderjarige] in de ene week ook even (een aantal uurtjes) bij haar andere ouder wil zijn dat dit ook voor haar mogelijk dient te zijn.
- in de grote school- of zomervakantie van [minderjarige] dient zij een aaneengesloten periode van 3 weken bij de vader en ook diezelfde aaneengesloten periode bij haar moeder te kunnen verblijven. In de even jaren heeft de moeder als eerste de keus welke 3 weken haar voorkeur heeft en daarbij moet zij er voor zorgen dat die 3 weken beginnen met een even week, zodat de 3 weken ook eindigen met een even week. Datzelfde geldt voor de vader als hij in de oneven jaren als eerste de keus mag maken: die 3 weken dienen bij hem te beginnen met een oneven week en ook te eindigen met een oneven week. De keuze moet uiterlijk 15 mei van het lopende jaar aan de ander kenbaar worden gemaakt: dus door de moeder uiterlijk 15 mei 2014 voor de komende zomervakantie 2014, en zo vervolgens;