Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Verder verloop van de procedure
2.Verdere beoordeling
3.Beslissing
‘kosten deskundige zaaknummer C/03/175451 / FA RK 12-1152’;
of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een zaak waarin de vrouw een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie had ingediend. De beslissing werd aangehouden in afwachting van een DNA-onderzoek om vast te stellen of de man de biologische vader van het kind was. Het rapport van Verilabs wees uit dat de man met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is.
De man erkende het vaderschap niet gemotiveerd te betwisten en de rechtbank stelde vast dat hij onderhoudsplichtig is op grond van artikel 1:395 BW Pro. De rechtbank beoordeelde vervolgens de behoefte van het kind en de draagkracht van de man. De vrouw had de behoefte niet inzichtelijk gemaakt, waardoor het verzoek werd afgewezen. De man had voldoende onderbouwd dat hij geen draagkracht heeft om bij te dragen.
De kosten van het DNA-onderzoek bedroegen €855,00 en werden door de Staat voorgeschoten. De rechtbank besloot deze kosten gelijkelijk te verdelen over de vrouw en de man, omdat het onderzoek noodzakelijk was en geen van beide partijen volledig verantwoordelijk kon worden gehouden voor de kosten.
De rechtbank veroordeelde beide partijen tot betaling van €427,50 aan de griffier en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot kinderalimentatie werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie wordt afgewezen en de kosten van het DNA-onderzoek worden gelijkelijk verdeeld over beide partijen.