Uitspraak
Uitspraak van de meervoudige kamer van 28 mei 2014 in de zaken tussen
[eiser], eiser,
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde vier beroepen tegen een omgevingsvergunning verleend aan een bedrijf voor het bouwen van een supermarkt en het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. Eisers stelden dat het akoestisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat het geluid van een nabijgelegen spoorlijn, veegwagen en laad- en losactiviteiten niet waren meegenomen. Ook werd de verkeersveiligheid betwist.
De rechtbank oordeelde dat het geluid van de spoorlijn wel moest worden betrokken, maar dat dit slechts een verwaarloosbare toename van circa 1 dB betekende. De geluidsbelasting door de supermarkt bleef ruim onder de norm van 50 dB(A). Andere geluiden zoals van de veegwagen en winkelwagentjes vielen buiten de vergunning en konden aanleiding zijn tot handhaving, maar vormden geen grond voor vernietiging.
De verkeersstudie, ondanks kritiek op de representativiteit van tellingen, werd als voldoende betrouwbaar beoordeeld. De verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid, ook voor fietsers, werden niet in gevaar gebracht. Ook werd geoordeeld dat de vergunningverlening niet in strijd was met het gemeentelijke fietsbeleidsplan of de retailstructuurvisie.
Verder werden bezwaren tegen de motivering, alternatieven, externe veiligheid en het ontbreken van bepaalde stukken verworpen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunning voor de supermarkt worden ongegrond verklaard.