Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
- met ingang van medio mei 2012 huurt [gedaagde] een onzelfstandige woonruimte (een kamer) van Wonen Meerssen in het pand gelegen aan de [adres], aanvankelijk de kamer met nummer [Xx 1], en vanaf 13 september 2013 de kamer met nummer [Xx 2];
- [gedaagde] is een uit Somalië afkomstige vluchteling en bewoont het betreffende pand, dat onder meer een gezamenlijke keuken heeft, samen met onder meer twee andere uit Somalië afkomstige vluchtelingen, te weten de heren [naam 3] en genoemde
- op 16 november 2013 heeft zich in de gezamenlijke keuken van het pand een incident voorgedaan tussen [gedaagde] enerzijds en de twee voornoemde medebewoners anderzijds, waarbij in ieder geval één mes is gebruikt en waarbij [naam 3] aan zijn enkel gewond geraakt is door het gebruik van dat mes;
- van dat incident hebben genoemde medebewoners aangifte bij de politie gedaan (productie 2 bij exploot).