Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
de vennootschap onder firma Stal [X] V.O.F., gevestigd te [woonplaats X] aan het adres [adres X],
[Y], wonende te [woonplaats X] aan het adres [adres X],
[Z], wonende te [woonplaats X] aan het adres [adres X],
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure heeft eiser gevorderd dat Stal [X] c.s. worden veroordeeld tot betaling van vorderingen uit hoofde van een koopovereenkomst betreffende een paard. Stal [X] c.s. stelden echter dat de kantonrechter onbevoegd was omdat de vordering de absolute competentiegrens overschrijdt en de koop niet als consumentenkoop kan worden aangemerkt.
De kantonrechter oordeelde dat de koop van het paard door eiser beroepsmatig was, wat werd bevestigd door bewijs dat eiser als professionele springruiter actief is en het paard door een sponsor wordt gefinancierd. Hierdoor valt de vordering niet onder de bevoegdheid van de kantonrechter volgens artikel 93 Rv Pro.
De kantonrechter verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten van het incident. Partijen werden gewezen op de procedurele gevolgen en griffierechten bij voortzetting van de procedure.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken.