ECLI:NL:RBLIM:2014:7018
Rechtbank Limburg
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling wegens bedreigend vaderbeeld dat identiteitsontwikkeling kinderen schaadt
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2003 en 2007, vanwege het ontbreken van contact met hun vader en het negatieve, bedreigende beeld dat zij van hem hebben. Dit beeld wordt veroorzaakt door de moeder, die een zeer negatief beeld van de vader heeft en niet in staat is dit los te laten, waardoor de kinderen geen genuanceerd vaderbeeld kunnen ontwikkelen.
De moeder voerde verweer dat de ondertoezichtstelling in strijd zou zijn met een recente uitspraak van het Hof die gezag en omgang regelt, en dat de opvoedingssituatie goed is. Zij stelde dat de stressreactie van een van de kinderen op een kennismakingsgesprek met de begeleiders van de omgang het gevolg was van onzorgvuldig handelen.
De rechtbank oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan. De moeder verhindert het contact met de vader en houdt vast aan een negatief beeld, wat de kinderen ernstig bedreigt in hun ontwikkeling. De raad adviseert voortzetting van therapie en hulpverlening gericht op het thema seksueel misbruik, niet omdat misbruik is vastgesteld, maar vanwege de impact van dit thema op het gezin.
De rechtbank wijst het verweer van de moeder af en stelt de kinderen onder toezicht van Bureau Jeugdzorg Limburg voor de duur van een jaar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten bij het gerechtshof.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige kinderen onder toezicht vanwege een bedreigend vaderbeeld dat hun identiteitsontwikkeling schaadt.