ECLI:NL:RBLIM:2014:719
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken materiële wederrechtelijkheid bij teelt vanggewas binnen teeltvrije zone
Verdachte heeft bladrammenas geteeld binnen de wettelijk voorgeschreven teeltvrije zone van 5 meter, hetgeen formeel in strijd is met het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Verdachte stelde dat de bladrammenas als tussenteelt fungeert ter bodemverbetering en als vanggewas, dat zonder bemesting en bespuiting binnen de teeltvrije zone is toegestaan.
Tijdens de zitting overlegde verdachte een mail van een inspecteur van het waterschap, die bevestigde dat het telen van een ander gewas binnen de teeltvrije zone is toegestaan mits niet gespoten of bemest. De economische politierechter nam dit mee in zijn overwegingen.
De rechter erkende dat vanggewassen een positieve bijdrage leveren aan de waterkwaliteit door erosie te beperken en uitstroom van bestrijdingsmiddelen tegen te gaan. Gezien het ontbreken van bemesting en bespuiting en het positieve effect op de waterkwaliteit, concludeerde de politierechter dat de materiële wederrechtelijkheid ontbrak.
Hoewel het handelen formeel in strijd was met de letter van de wet, was het handelen in lijn met de geest van de wet. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken materiële wederrechtelijkheid bij teelt vanggewas binnen teeltvrije zone.