ECLI:NL:RBLIM:2014:7230
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht over onrechtmatige separatie en noodmedicatie in psychiatrisch ziekenhuis
Verzoeker, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een voorlopige machtiging, diende klachten in tegen separatie, noodmedicatie en dwangbehandeling. De klachtencommissie verklaarde één klacht gegrond en drie ongegrond, waartegen verzoeker bij de rechtbank bezwaar maakte.
De rechtbank oordeelde dat de stichting onvoldoende had onderbouwd dat de separatie op 18 maart 2014 gerechtvaardigd was door een acute noodsituatie. De separatie was gebaseerd op een opeenstapeling van incidenten, wat onvoldoende is volgens artikel 39 Wet Pro Bopz. Daarom werd deze klacht gegrond verklaard en het besluit tot separatie vernietigd.
De klachten over het toedienen van noodmedicatie en de toepassing van dwangbehandeling werden ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat de noodmedicatie proportioneel was gezien de situatie en dat de dwangbehandeling volstrekt noodzakelijk was vanwege het gevaar dat verzoeker voor zichzelf en anderen vormde. Het verzoek tot schorsing van de dwangbehandeling werd afgewezen.
Hoewel de onrechtmatigheid van de separatie was vastgesteld, wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat verzoeker geen schade had gesteld of onderbouwd. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Klacht over separatie gegrond verklaard en besluit vernietigd; klachten over noodmedicatie en dwangbehandeling ongegrond; schadevergoeding en schorsing afgewezen.