ECLI:NL:RBLIM:2014:7231
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij administratief beroep verkeersboete toegekend
In deze zaak heeft de gemachtigde van verzoeker beroep ingesteld tegen een beslissing van de Officier van Justitie waarbij een administratieve sanctie was vernietigd en op nihil gesteld, maar het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De gemachtigde betwistte deze afwijzing en stelde dat hij beroepsmatig rechtsbijstand verleent.
Tijdens de mondelinge behandeling op 12 juni 2014 heeft de kantonrechter, anders dan het Openbaar Ministerie, geoordeeld dat de gemachtigde inderdaad beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Hierdoor komen de kosten van deze rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking.
De kantonrechter heeft de proceskosten berekend op basis van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht, waarbij drie proceshandelingen zijn toegekend, vermenigvuldigd met een wegingsfactor vanwege het lichte gewicht van de zaak. Uiteindelijk is de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van € 365,25 aan de gemachtigde.
De beschikking is op 26 juni 2014 in het openbaar uitgesproken en bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt de Staat tot betaling van € 365,25 aan de gemachtigde.