ECLI:NL:RBLIM:2014:7758
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J.M. Boogaard-Derix
- E.H.M. Druijf
- J. Sluymer
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en bijzondere omstandigheden bij minderjarige verdachte
De zaak betreft een minderjarige verdachte die wordt verdacht van ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de 16 jaar, gepleegd in februari 2012. De verdachte werd op 2 april 2012 aangehouden en verhoord, maar de zaak werd pas ruim 28 maanden later, in augustus 2014, behandeld, wat een aanzienlijke overschrijding is van de Kalsbeeknorm van 16 maanden.
De officier van justitie stelde dat de termijnoverschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid leidt, maar verdisconteerd moet worden in de strafmaat. De raadsman voerde preliminair verweer aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk moet worden verklaard vanwege de forse termijnoverschrijding en de persoonlijke situatie van de verdachte, die een ernstige verstandelijke beperking en een kortetermijngeheugen heeft.
De rechtbank constateerde dat de verdachte zich door zijn beperkingen en de verstreken tijd niet meer kan herinneren wat er in februari 2012 is gebeurd. Dit maakt een strafoplegging pedagogisch zinloos en contraproductief. Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging. De rechtbank benadrukte dat de noodzaak van hulpverlening aan de verdachte niet via het strafrecht kan worden afgedwongen na zo'n lange termijnoverschrijding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en bijzondere omstandigheden bij de minderjarige verdachte.