ECLI:NL:RBLIM:2014:7847
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderbijdrage na inkomensdaling en nieuwe onderhoudsplichtige zoon
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage van een man aan zijn ex-echtgenote voor hun twee minderjarige kinderen. De man betoogde dat zijn draagkracht was verminderd door de geboorte van een zoon uit een tweede huwelijk, een daling van zijn inkomen en een uitgebreide zorgregeling. Hij verzocht de bijdrage te verlagen naar €192 per kind per maand en terugbetaling van teveel betaalde bedragen.
De vrouw voerde tegen dat de inkomensdaling van de man het gevolg was van zijn eigen keuze om zijn vaste dienstverband te beëindigen en een onderneming te starten, en dat dit niet zonder meer in mindering mocht worden gebracht. Ook stelde zij dat haar eigen situatie was verslechterd door arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat de inkomensdaling van de man voor herstel vatbaar was, omdat hij onvoldoende had aangetoond dat hij zijn dienstverband onvermijdelijk zou verliezen of dat hij geen andere passende functies kon verkrijgen. Daarom werd uitgegaan van zijn laatst verdiende salaris bij Van Lanschot. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €1047 per maand voor beide kinderen, de vrouw €233. De bijdrage werd vastgesteld op €256 per kind per maand, rekening houdend met zorgkorting.
Voor de zoon uit het tweede huwelijk werd geen correctie toegepast, omdat de man voldoende draagkracht had om ook aan die onderhoudsplicht te voldoen. De rechtbank wees het verzoek tot terugvordering van teveel betaalde bijdragen af vanwege de financiële gevolgen voor de vrouw en kinderen. Proceskosten werden gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt verlaagd naar €256 per kind per maand, zonder terugvordering van teveel betaalde bedragen.