Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de akte houdende wijziging van eis
- de pleitaantekeningen van [gedaagde]
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 28 augustus 2014.
Rechtbank Limburg
De werknemer was sinds november 2011 in dienst als barman en sinds november 2012 arbeidsongeschikt. De werkgever schortte per 16 april 2014 de loonbetaling op vanwege het niet naleven van controlevoorschriften, en sprak op 26 juni 2014 ontslag op staande voet uit. De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon en loonspecificaties.
De kantonrechter oordeelde dat de opschorting van loon gerechtvaardigd was omdat de werknemer herhaaldelijk zonder bericht niet op het spreekuur van de bedrijfsarts verscheen, ondanks waarschuwingen. Ook het ontslag op staande voet werd gegrond verklaard vanwege stelselmatig niet verschijnen en onbereikbaarheid, wat een dringende reden vormt.
Daarom werd de loonvordering over de periode van opschorting tot ontslag en daarna afgewezen. Nevenvorderingen zoals wettelijke verhoging, rente en loonspecificaties werden eveneens afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering en nevenvorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens gegrond ontslag op staande voet en rechtmatige loonopschorting.