Eiseressen betwistten de verlening van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de woning van de vergunninghouder, met name vanwege zorgen over mogelijke water- en vochtoverlast en vermeende strijd met het bestemmingsplan en het Bouwbesluit 2012.
De rechtbank oordeelde dat de afvoer van hemelwater volgens artikel 6.15 en verder van het Bouwbesluit 2012 adequaat is en dat de constructie met een hoek van 90 graden en bitumenlaag niet per definitie ondeugdelijk is. De afwatering via het perceel van eiseressen speelt geen rol in de beoordeling.
Verder werd vastgesteld dat de uitbreiding als vergroting van het hoofdgebouw moet worden gezien en voldoet aan de bouwhoogte- en bouwvolumevoorschriften van het bestemmingsplan. De vermeende privaatrechtelijke belemmering vormt geen grond voor weigering van de vergunning.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat het bestuursorgaan terecht heeft afgezien van het horen van eiseressen tijdens de bezwaarprocedure, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.