Eisers, gelieerde vennootschappen die eigenaar zijn van een voormalig postkantoor, verbouwden het pand tot appartementen en verhuurden deze vanaf 2013 als short stay, een verblijf van minimaal twee nachten tot maximaal zes maanden. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Maastricht, vaardigde een handhavingsbesluit uit om deze verhuur te staken, omdat dit volgens hem in strijd was met het bestemmingsplan en de horecabestemming.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik als short stay onder de woonbestemming van het oude bestemmingsplan Binnenstad-West valt, mede bevestigd door de Leidraad short stay van de gemeenteraad. Hierdoor is het gebruik via het overgangsrecht van het nieuwe bestemmingsplan Centrum toegestaan. Verweerder was daarom niet bevoegd tot handhaving.
De rechtbank verwierp ook formele bezwaren van eisers over de ontvankelijkheid van het handhavingsverzoek en het belanghebbendebelang van derde partijen. Eisers werden terecht als overtreders beschouwd omdat zij zeggenschap hadden over het gebruik. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.